Rugzakje

Het jochie liep dwarrelend voorop in de straten van het centrum van Deventer. Als een losgeslagen labrador kon je hem vanaf de zijstraten al horen aankomen. Het was koningsdag en dus waren er allerlei activiteiten in de stad. Dat de rommelmarkt meer dan geslaagd was, kon je wel zien aan de blosjes op zijn wangen.

Zijn ouders liepen een meter of tien achter hem. Druk proberend hun zoon van een jaar of elf wat tot kalmte te manen, helaas droop de goedheid van deze lieve mensen af en maakt de vader, hoe hij ook een mannelijke stem probeerde op te zetten, geen indruk. In plaats van wat strenger te worden bleven zij van nood maar glimlachen. Zichtbaar moeite met de situatie, of was het de zorg die ze niet konden loslaten?

Links in de straat zat een heuse speelgoedautowinkel. Eentje met echte jaren 50 klassiekers en verzamelobjecten. Het jongetje zag vooral auto’s. Als een rode lap op een stier trok het hem aan.

‘Kijk, kijk! Auto’s! Misschien hebben ze ook autoplaatjes!’

Voordat zijn vader en moeder ook maar een woord ertussen konden krijgen, stoof het jochie naar de winkel toe.

‘Auto’s!’

De deur vloog met een dusdanig klap open, dat de ouderwetse winkelbel er bijna af klingelde. De winkelier die tot nu toe wat dromerig achter de balie had gestaan, vloog bijna een meter omhoog.

‘Yes! Auto’s!’

Ontembaar rende hij naar de toonbank. Een hels kabaal klonk achter hem. Een stelling met antiek uitziende, blikken postertjes kletterde met een smak op de grond.

Zijn ouders waren ondertussen de winkel in gesneld. De vader zag de blikken ravage al op de grond.

‘Ojee,’ piepte hij er bijna aandoenlijk uit.

De moeder kon alleen maar verontschuldigend lachen.

‘Heb je autoplaatjes?’

Totaal geen notie van wat hij achter zich had aangericht, stond het kereltje, bij de balie, de wit weggetrokken verkoper ongeduldig aan te kijken. Deze negeerde het ventje en liep op zijn beurt bezorgt naar de gevallen stelling.

‘Sorry,’ glimlachte, de vader. ‘Hij had niet in de gaten dat hij zijn rugtas om had.

De lach kwam zo warm en zacht over, dat het bijna de tranen camoufleerde die achter deze ouders schuilde. Ze bedoelden het zo goed. Het compenseerde bijna het roekeloze gedrag van hun te enthousiaste zoontje.

De vader hielp netjes mee de blikken posters opruimen. De winkelier bleef stoïcijns stil. Hij leek wel bijna in shock van wat er zojuist was gebeurd. Papa zag tot zijn schrik dat er enkele prentjes verbogen waren.

‘Oh nee toch, mijnheer, deze zijn verbogen.’

De eerlijkheid was hartbrekend. Zulke lieve ouders als deze waren zeldzaam. Mensen die eerst de schuld bij zichzelf zochten en niet direct bij anderen neerlegden. Een moeder die uit zou zoeken waarom haar zoon geen voldoende had zonder meteen een school aan te klagen. Dat type ouders.

Het jochie vloog ondertussen als een Tasmaanse duivel door de autowinkel. Zijn moeder riep hem nog een paar maal na dat hij moest oppassen. Helaas was het water naar de zee dragen.

Zijn vader voelde de situatie aan en probeerde vlug alles recht te zetten. Ze moesten zo snel mogelijk de winkel uit. De winkelier hoefde gelukkig geen vergoeding. Zo snel als ze kon greep de moeder het tegensputterende kereltje bij zijn arm en duwde hem vlug de zaak uit. De stilte keerde terug. Een gedeukte poster wiebelde nog een beetje na op de toonbank.

Met hun drieën liepen ze verder de straten door. Hun drukke zoontje liep wederom stuiterend voorop. Bijna meer beeldend als dit kun je het niet krijgen. Hoeveel emotie kost het wel niet als je kind een rugzakje heeft? Meer dan een blikken prent.

Michiel

Michiel schrijft over alles wat een ander vaak over het hoofd ziet. De kleine dingen. Zo ook zijn zo... Bekijk profiel en blogs