Uitgangspunten Wmo 2015 breed gedragen, maar uitvoering stuit op knelpunten

  • Gepubliceerd: 2 februari 2018

Een van de grote knelpunten van de Wmo 2015 is het inzetten van (meer) informele zorg. Dit blijkt uit de SCP publicatie ‘De Wmo 2015 in praktijk’ die onlangs is uitgebracht. 

Grenzen informele hulp

Gemeenten streven naar een grotere inzet van informele zorg. Er zijn echter grenzen aan de mogelijkheden van informele hulp, bijvoorbeeld door vraagverlegenheid van inwoners en overbelasting van mantelzorgers. En grenzen aan de inzet van passende, lichte vormen van ondersteuning, bijvoorbeeld door beperkt aanbod. 

Wachttijden en lagere indicaties zorgen voor een zwaardere belasting van de mantelzorger. 

Complexe hulpvragen

Op vrijwilligersorganisaties wordt een groter beroep gedaan, met complexere hulpvragen. Het inzetten van vrijwilligers is een intensief proces, als ze überhaupt al te vinden zijn, dat niet automatisch leidt tot kostenbesparingen. 

Meer conclusies

Andere belangrijke conclusies uit het onderzoek zijn:

  • Toegang tot ondersteuning is ingewikkelder geworden waardoor het voor zowel inwoners als professionals niet duidelijk is waar zij terechtkunnen met een hulpvraag en welke instantie verantwoordelijk is. 
  • Gemeenten en aanbieders hebben weinig zicht op de resultaten van de invoering van de Wmo 2015 op het gebied van passende ondersteuning, zelfredzaamheid en participatie. 
  • De hervorming langdurige zorg gaat uit van een infrastructuur, die niet altijd beschikbaar of toereikend is. Bijvoorbeeld geschikte (aangepaste) woningen, een sociale basisstructuur van verenigingen, kerken en burenhulpnetwerken en toegankelijke algemene voorzieningen als dagbesteding. 
  • Afbakening Wmo en Wlz geeft knelpunten, met name rondom persoonlijke verzorging. Ook verloopt de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars moeilijk.

Meer informatie