Mantelzorgers zijn mensen die langdurig en onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis.

Mantelzorgers zijn geen beroepsmatige zorgverleners, maar zorgen voor een
ander omdat ze een persoonlijke band met diegene hebben.

Zorgvrijwilligers zijn mensen die vrijwil-
ligerswerk doen in de zorg. Samen vormen zij de informele zorg.

Uitgangspunten van het Mezzo Model:

  • De relatie tussen mantelzorger en zorgvrager staat centraal, in zorg en ondersteuning.
  • De informele zorg moet integraal worden bezien, lokaal samen-
    werken is essentieel.
  • Dynamiek van de veranderende werkelijkheid.

Onder Vernieuwing van het perspectief worden deze uit-
gangspunten meer uitgebreid beschreven.

Achtergrond van het Mezzo Model

De veranderingen in de zorg vragen om goede toerusting van mantelzorgers en zorgvrijwilligers. Want, nee, mantelzorg is niet iets wat verplicht kan worden. Net zomin als het geven van vrijwilligerszorg. Maar de vraag of iemand iets voor een ander kan betekenen, zal vaker en dringender worden gesteld. Wanneer familie, het sociale netwerk, of vrijwilligers een bijdrage kúnnen leveren aan zorg en ondersteuning van een naaste, zal een beroep op hen worden gedaan. Gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders, werkgevers en (welzijns)organisaties voor mantelzorgondersteuning en vrijwilligerszorg: zij staan gezamenlijk voor de uitdaging mantelzorgers en zorgvrijwilligers te ondersteunen bij hun inzet.

Mezzo vindt dat mensen op eigen wijze moeten kunnen zorgen. Alleen dan kunnen mantelzorgers blijven werken of naar school gaan. Kunnen ze hun gezin aandacht geven en tijd houden voor ontspanning. En blijven mantelzorgers en zorgvrijwilligers voldoening halen uit de zorg die zij verlenen. Zodat zij het kunnen volhouden. Wie kan zorgen op een manier die goed bij het eigen leven past, zal langer, beter en gezonder voor een ander kunnen zorgen.

Het Mezzo Model Informele Zorg laat zien hoe de verschillende betrokken partijen in dit licht zouden moeten samenwerken. En hoe de ondersteuning van de informele zorg er dan lokaal uit komt te zien. Kortom: de lokale participatiesamenleving slaagt alleen, wanneer mensen op eigen wijze kunnen zorgen.

Vind, versterk, verbind en verlicht!

Naar aanleiding van de Wmo 2015 zijn door het ministerie van VWS, in samenwerking met de VNG en Mezzo, aandachtspunten voor lokaal beleid over mantelzorgondersteuning opgesteld. De aandachtspunten zijn vinden, versterken, verbinden en verlichten. Het Mezzo Model benadert deze aandachtspunten als vier doelen, die als volgt met elkaar samenhangen:

  • Het vinden van mensen die informele zorg verlenen is een voorwaarde om te kunnen versterken, verbinden en verlichten.
  • Versterken betekent de positie verbeteren van de mantelzorger en de zorgvrijwilliger in lokaal beleid. Samen met de verbinding met de formele zorg is dit nodig om écht te kunnen verlichten: mantelzorgers en zorgvrijwilligers op maat toerusten en ondersteunen.
  • Verbinden wil zeggen: het lokale samenspel tussen zorgvrager, formele en informele zorgverleners en (zorg)organisaties vormgeven. Een goede verbinding op organisatie- maar ook op individueel niveau is een voorwaarde voor het goed kunnen vinden en versterken van mensen.
  • Verlichten betekent het op maat ondersteunen van mantelzorgers en zorgvrijwilligers. Zodat zij op eigen wijze kunnen zorgen, voldoening blijven halen uit wat zij doen en dit volhouden. Mantelzorgers en zorgvrijwilligers die balans ervaren in hun zorgtaken, kunnen bovendien hun rol in het versterken en verbinden goed spelen.

Keuzes maken en actie ondernemen

Om de doelen vinden, versterken, verbinden en verlichten te bereiken zijn lokaal gezamenlijke keuzes nodig én activiteiten om daaraan gevolg te geven. Die activiteiten hebben we gegroepeerd in ‘taakgroepen’. Het gaat om activiteiten van de gemeente, de zorgaanbieder of (welzijns)organisatie voor informele zorg of de belangenbehartiger. Het Mezzo Model geeft hiermee geen advies over hoe die taken precies verdeeld moeten worden. Lokale situaties verschillen immers, afhankelijk van de grootte van een gemeente, soorten zorgaanbieders, de aanwezigheid van een steunpunt of een expertisecentrum Mantelzorg, de lokale of regionale samenwerking op het sociaal domein en de inrichting van wijkteams. Het Mezzo Model is zo opgezet, dat het door alle spelers kan worden toegepast en in elke willekeurige lokale structuur ingepast. Voor gemeenten, zorgaanbieders, (welzijns)organisaties voor informele zorg en belangenbehartigers zijn afzonderlijke gebruiksaanwijzingen beschikbaar, toegespitst op de eigen rol. Deze gebruiksaanwijzingen bevatten uitwerking van de keuzes en activiteiten in taakgroepen.

Vernieuwing van het perspectief – uitgangspunten van het Mezzo Model

De relatie centraal

Samen hebben de zorgvrager en de mantelzorger een unieke relatie. Hun mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften vormen samen een dynamische zorgsituatie. De zorgvrijwilliger en de zorgprofessional voegen in. De ondersteuning is gericht op het welzijn en gezondheid van het hele gezin, huishouden of netwerk. Goede zorg is dan niet het resultaat van een correcte uitvoering van richtlijnen en protocollen. Maar wel: het resultaat van een gezamenlijke keuze voor wat nu en in de toekomst, in deze situatie gewenst en nodig is. Het verhaal van de zorgvrager en de mantelzorger is hierin leidend. In het model en de gebruiksaanwijzingen staan deze relatie en de daarbij horende zorgsituatie daarom steeds centraal.

De informele zorg integraal bezien

De huidige grote veranderingen op het gebied van zorg-, werk- en jeugdwetgeving stellen de mens centraal. De mens met een, steeds veranderende, behoefte aan zorg en ondersteuning. Met de wil of de noodzaak om zorg en ondersteuning te bieden. De mens die van betekenis is voor anderen en anderen voor hem. De mens, die op verschillende levensgebieden vragen en mogelijkheden heeft. Gemeenten en andere spelers ontwikkelen daarom lokaal een integrale aanpak. Ze werken samen om het sociaal domein vorm te geven. Mezzo vindt: ook de toerusting van mantelzorgers en zorgvrijwilligers moet integraal worden bezien. De samenwerking met en ten behoeve van de informele zorg, zou onlosmakelijk verbonden moeten worden met de nieuwe infrastructuren op het sociaal domein. Alleen dan lukt het lokaal om de inzet van mantelzorgers en zorgvrijwilligers vol te behouden. Het model en de gebruiksaanwijzingen zijn dan ook bedoeld als handvatten voor samenwerking tussen mantelzorgers, zorgvrijwilligers en gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders, werkgevers en organisaties voor mantelzorgondersteuning en vrijwilligerszorg.

Dynamiek van de veranderende werkelijkheid

Gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders, werkgevers en organisaties voor mantelzorgondersteuning en vrijwilligerszorg zullen lokaal hun beleid en aanpak op het sociaal domein de komende jaren steeds bijstellen en verder vormgeven. Maar ook de individuele zorgsituatie verandert in de tijd. Die is immers onderhevig aan het verloop van een ziekte, de wisselende mogelijkheden van de mantelzorger of het netwerk, de mate waarin er andere zorg en ondersteuning mogelijk is, en veranderingen in het gezin of het huishouden. Er zullen dan ook op verschillende momenten in meer of mindere mate ondersteuningsvragen zijn. Het model en de gebruiksaanwijzingen vragen daarom van alle samenwerkingspartners een dynamische relatie met elkaar aan te gaan. Waarbij het vinden, versterken, verbinden, en verlichten steeds gelijktijdig en/of op elkaar volgend kunnen plaatsvinden. Zowel op organisatieniveau als op het niveau van een individuele zorgsituatie.

< terug