Het kan bijzonder lopen. Een manifest voor verbetering van de verpleeghuiszorg leidde vorige week tot een pleidooi voor verplichte mantelzorg. Als er één ding is waar ik niet in geloof, is het oplossen van de financiële problemen in de zorg door de hete aardappel naar elkaar door te schuiven. En al helemaal niet door uiteindelijk de mantelzorger zich er aan te laten brandden; die het toch wel gratis en voor niks doet. Dat is pas echt korte termijn politiek.

Aanleiding voor deze discussie is de reactie van Jeroen van den Oever, directeur van Fundis, zorgorganisatie in Zuid-Holland, op de opiniepagina van de NRC van donderdag  1 december j.l. Hij geeft daarin zijn mening op het manifest van Hugo Borst met noodzakelijke verbeteringen voor de verpleeghuiszorg (“Sympathiek maar onrealistisch”) en brengt vervolgens zijn alternatieve oplossing naar voren (“laat professionals verplegen en familie aandacht geven”), en concludeert tot slot dat met zijn alternatief het ‘plan Borst’ per direct gerealiseerd zou zijn.

Gelukkig is er geen politieke steun om mantelzorg te verplichten. Een oproep van de PVV om het manifest te omarmen werd onlangs door de hele kamer gesteund. Mijnheer van den Oever had kunnen weten dat niemand er op zit te wachten om mantelzorg te verplichten. Hij was de man die enkele jaren geleden al eens bakzeil moest halen met zijn plan om de toegang tot een verpleeghuis afhankelijk te maken van de uren mantelzorg die een aanstaande bewoner mee zou brengen.

Mantelzorgers doen al  heel veel voor hun naasten. Gewoon uit zichzelf. Omdat ze zien, horen , voelen dat hun naaste aandacht, ondersteuning en zorg nodig heeft. Omdat ze dat willen doen. Omdat ze er de kans toe zien. Maar zeker niet omdat het verplicht is. Wanneer mantelzorgers ‘normaal’ worden betrokken zal dit in heel veel gevallen leiden tot welwillende mantelzorgers die hun steentje bijdragen aan de aandacht voor en ondersteuning van hun naasten en daarmee aan betere zorg. Met een goed gesprek over wat de cliënt én de mantelzorger nodig hebben en wat de mantelzorger zou kunnen betekenen, kun je heel wat geld besparen. Met een verplichting sla je de discussie dood en kom je financieel van een koude kermis thuis.

Ook Mezzo heeft een aandeel in het verbeteren van de zorg. Zoals het verkennen van mogelijkheden om het samenspel tussen de beroepsmatige zorg en mantelzorg te verbeteren. Ook in de verpleeghuiszorg. Dat is echter juist daar helemaal niet zo eenvoudig:

  1. De veranderingen in de verpleeghuizen door de transities gaan hard. De gemiddelde tijd dat iemand daar nog verblijft neemt steeds meer af. Binnen een (steeds) kortere tijd moet er samenspel tot stand worden gebracht.
  2. De verpleeghuisbewoner komt dan vanuit de situatie thuis, waarin de rol van de mantelzorg de laatste jaren al flink is verzwaard – zorgbehoevende ouderen blijven immers veel langer thuis dan voorheen. Kinderen wonen steeds verder af van hun ouders (SCP; CBS). Het vereist dus al veel gereis en geregel om deze vergrote participatiesamenlevingstaak ‘erbij’ te doen. Niet zelden haalt de mantelzorger het moment waarop zijn naaste de indicatie (laat staan de daadwerkelijke plaats) voor het verpleeghuis krijgt ‘op zijn tandvlees’. Het neemt dan – logisch toch - eerst enige tijd voordat de mantelzorger zijn eigen balans teruggevonden heeft. 
  3. Daarna zal de mantelzorger ongetwijfeld in de meeste gevallen op natuurlijke wijze zijn of haar rol weer opnemen en/of uitbreiden. De mantelzorger zal afspraken willen maken. Deze afspraken zullen maatwerk zijn, want zijn aan de wensen van de specifieke individuele naaste van die ene individuele mantelzorger verbonden.  Deze afspraken worden gemaakt met  “het huis” (zorgleefplan) en “het personeel” (vast; flexibel; vrijwilligers) ter plekke. Problematisch hierbij zijn het enorme aantal betrokkenen (iedereen in deeltijd) versterkt door het verloop onder de beroepskrachten (flexibilisering). 
  4. In diezelfde tijd dat het samenspel wordt gevormd, geregeld en gedaan, zijn mantelzorgers ook bezig zich voor te bereiden op het definitieve verlies van hun naaste. Tegen de tijd dat het allemaal een beetje loopt, is de tijd voor samenspel definitief voorbij.
    Mezzo benadrukt dat er al met al  geen eenvoudige oplossingen zijn om hierin verbeteringen te bereiken. Het is en blijft nog steeds mensenwerk.  Technologie kan en zal gaan helpen om de communicatie zelf, de zorg zelf en de communicatie over de zorg te verbeteren en vereenvoudigen. We staan daarbij nog aan het begin. Het idee van Van den Oever helpt niet in deze zoektocht. Met azijn vangt men geen vliegen.

Kortom: Mantelzorg is niet instrumenteel inzetbaar, wel is samenspel te stimuleren door maatwerkoplossingen ondersteund door technologie. Dat zou dan kunnen leiden tot betere en betaalbare zorg voor ieders naasten.

Liesbeth Hoogendijk, directeur Mezzo

20 december 2016