Michiel schrijft over alles wat een ander vaak over het hoofd ziet. De kleine dingen. Zo ook zijn zorg als mantelpapa over zijn autistische zoontje.



Blog 4 Wat kan mij het schelen!

Hoe vaak heb je wel niet dat als iemand je op een bepaalde manier aankijkt tijdens het voorbij gaan in, laten we zeggen, de supermarkt, dat je denkt dat je haar niet goed zit? Iets in je neus zit? Of je gulp openstaat? Zo onopvallend mogelijk probeer je te controleren of alles nog wel netjes is. Uiteraard is het een standaard wet dat door dit te doen je eigenlijk alleen nog meer aandacht trekt. Sta je daar op een hoekje van een schap je gulp te checken, zal je net zien dat iedereen juist die gang in moet. Daar gaat je stoere ego.

Mijn zoon heeft daar totaal geen last van. Al gaat hij in zijn onderbroek naar de supermarkt, het kan hem totaal niet schelen. Misschien wel een voordeel van zijn autisme. Natuurlijk laat ik hem niet in zijn ondergoed naar een winkel met mij gaan, maar het geeft wel aan hoe hij in het leven staat.

Een paar jaar geleden liepen we door een supermarkt. Junior was zoals altijd luid enthousiast het wagentje aan het duwen. ‘Jezus, wat schreeuwt dat kind! Kan je hem niet opvoeden of zo!’ Deze opmerking ging bij mij behoorlijk door merg en been. Het kwam nota bene van een oudere vrouw,  een moeder, waar van je toch wel wat meer wijsheid van verwacht dan een ondoordachte uitspraak. Ik stond aan de grond genageld. Wist even niets te zeggen. Dit was niet iets wat je snel even stiekem bij een schap kon checken. Het raakte me. Waarom zei een persoon zoiets?

Junior gilde een vrolijke kreet  naar de vrouw. Niet door hebbende hoe beledigend zij wel niet was, of hij had er gewoon schijt aan. Nog steeds ga ik voor dat laatste. De vrouw in kwestie schrok. Zij leek te beseffen wat de realiteit was en droop beschamend af. Mijn zoon maakte het allemaal geen moer uit. Hij staarde me aan met een blik of we nog verder gingen winkelen.

Opeens besefte ik het. Het maakt niet uit wat anderen van je denken als ze niet dichtbij je staan. Het gaat er om hoe je zelf in het leven staat. Junior leerde me toen die tijd een wijze les.

Vandaag de dag loop ik heel anders door de supermarkt. Net als junior laat ik de blikken lekker van me afglijden. Wij zijn de punkers van de grootgrutters, anarchisten van de schappen. Met of zonder gulp open.

16 september 2016

-------------------------------------

Blog 3 Haribo prikken

Iedereen is wel eens de klos. Zo ook mijn zoon. Bloedprikken. Voor een genenonderzoek moest er bloed geprikt worden en zoals een echte Tukker dan reageert: ‘Doar dooj niks an.’

Hoe prik je nu bloed bij iemand die niet meteen begrijpt wat er gebeuren staat? Ook al heb je het enkele dagen van te voren meermaals aangekondigd. Dat is bijna niet te doen. Gelukkig heeft hij wel een goede associatie met de kinderarts. Zijn praktijkruimte is bezaaid met speelgoed en de dan is hij ook nog eens super vriendelijk. Maar ja, probeer tussen al deze vrolijke zaken door maar eens met een blij gezicht een scherpe naald in iemands autistische arm te prikken. Onze arts had een briljant plan. Haribo’s. Welke kind is er nu niet gek op? Onze zoon was daar geen uitzondering op.

‘Meneer Michiel, als u hem de hoofd naar links houdt, de moeder daar vervolgens met wat haribo’s hem afleidt, dan zal de verpleegster zijn arm recht houden en dan kan ik er in prikken.’

Zijn uitleg klonk eenvoudig en ingewikkeld te gelijk. Mijn zoon kan behoorlijk sterk zijn als hij iets moet doen, waarvan hij in de stress raakt. Dus dit zou een uitdaging worden.
Afijn, de afleiding werkte. Junior had alleen maar oog voor de kleine zoete beertjes. Mooi! De arts zette de naald in zijn arm en begon te tappen. Mijn zoon zijn lichaam verkrampte iets. Wat was dit? Zag je hem denken. Zijn moeder bungelde snel twee haribootjes voor zijn neus en ik hield zijn hoofd zo goed mogelijk naar links. Zijn arm protesteerde en de verpleegster moest letterlijk als een volleerde turnster aan de rekstok zijn arm in bedwang houden.

‘Voeren! Voeren!’
‘Hier kerel, vier snoepjes.’ riep zijn moeder, die met de grootste bibbervingers de haribootjes voor junior zijn gezicht hield.
Onze zoon haperde even toen het eerste buisje op de naald ging.
‘VOEREN!’

Drie zalen verder was de dokter nog te horen. Alsof haar leven ervan af hing, propte de moeder van junior de snoep in zijn mond. Afgeleid, gelukkig. Zijn arm ontspande, onze biceps ontspanden en junior smakte vrolijk een mond vol haribo’s weg.
De verpleegster, opgefleurd met rode blosjes van de inspanning, plakte een leuke pleister op zijn arm. De kinderarts prees hem letterlijk de hemel in, met ons er bij. Ik prees hem mogelijk nog hoger dan dit. Haribo maakt kinderen blij, met de kinderarts en mij er bij!

16 juni 2016

----------------------------------------------------------

Blog 2 Hans Klok junior

Autisten hebben behoefte aan een goede duidelijke structuur, daar is junior van mij geen uitzondering op. Hij is dan ook mans genoeg om zijn chaotische papa wat structuur bij te brengen. Staat de deur in de bijkeuken open? Junior sluit hem wel. Dat ik daar nog sta met mijn handen vol servies, interesseert hem niet. Deuren horen dicht. Ik ben ondertussen zeer handig geworden om met mijn voeten de deur weer open te krijgen.

Opruimgedrag is ook een symptoom die mijn zoon heeft. Boeken in de kast, afstand bediening op de salontafel en borden in de keukenkast. Vuil of schoon dat maakt niet uit. Je kunt best wel eten van een spinazie aangekoekt bord. Vindt Junior. Wat ik vind mag ik houden of opruimen.

Op zijn slaapkamer heeft hij een grote doos met Lego blokken. Daar kan hij lekker mee spelen en sorteren en… je voelt hem al aankomen… opruimen. Alleen bij stress, positief of negatief, slaat zijn opruimgedrag een beetje door.

Op een mooie avond was junior op zijn kamer en behoorlijk onrustig. Ik snelde naar boven om te ontdekken wat er aan de hand was. De doos was leeg. Alle blokken waren verdwenen. Vast in de kledingkast gelegd, dacht ik nog, maar waar ik ook zocht, geen speelgoed. Hoe in de wereld had hij dit nu weer voor elkaar gekregen? De verrekte blokken leken van de aardbodem verdwenen! Niet op mijn kamer, niet in de andere kasten. Zelfs niet van grote hoogte in de voortuin gemikt. Dat wil ook wel eens gebeuren, maar dat is een heel ander verhaal.

Waar zijn die blokken? Junior kan niet praten, dus een antwoord zou ik niet krijgen. Kennelijk had hij ook een korte termijn geheugen want aanwijzen deed hij ook niet. Hoewel… zijn sardonische grijns verraadde wel een beetje het leedvermaak naar zijn papa toe.

Daar stond ik. In zijn blokkenvrije kamer. Mijn hersens krakend over dit mysterie. Ik staarde naar de lage boekenkast die daar stond en opeens begon de gloeilamp te branden! Achter deze kast zat een vrije ruimte voor de verwarmingsbuizen!
Ik dook naar de kast! Junior begon achter mij enthousiast te springen. Ja, hoor! Hans Klok junior had alle blokken in deze ruimte gepropt! Alle blokken.

Een uur lang heb ik lopen zoeken. Een uur lang heeft junior ironisch speelplezier gehad met zijn papa. Ik gooide alle blokken terug in de doos en zorgde er voor dat de opening achter de kast niet meer benaderbaar was. Ik pakte nog wat rommel op en wilde de slaapkamer uit wandelen. Deur dicht.

29 mei 2016

-------------------

Blog 1 Rugzakje

Het jochie liep dwarrelend voorop in de straten van het centrum van Deventer. Als een losgeslagen labrador kon je hem vanaf de zijstraten al horen aankomen. Het was koningsdag en dus waren er allerlei activiteiten in de stad. Dat de rommelmarkt meer dan geslaagd was, kon je wel zien aan de blosjes op zijn wangen.

Zijn ouders liepen een meter of tien achter hem. Druk proberend hun zoon van een jaar of elf wat tot kalmte te manen, helaas droop de goedheid van deze lieve mensen af en maakt de vader, hoe hij ook een mannelijke stem probeerde op te zetten, geen indruk. In plaats van wat strenger te worden bleven zij van nood maar glimlachen. Zichtbaar moeite met de situatie, of was het de zorg die ze niet konden loslaten?

Links in de straat zat een heuse speelgoedautowinkel. Eentje met echte jaren 50 klassiekers en verzamelobjecten. Het jongetje zag vooral auto’s. Als een rode lap op een stier trok het hem aan.

‘Kijk, kijk! Auto’s! Misschien hebben ze ook autoplaatjes!’

Voordat zijn vader en moeder ook maar een woord ertussen konden krijgen, stoof het jochie naar de winkel toe.

‘Auto’s!’

De deur vloog met een dusdanig klap open, dat de ouderwetse winkelbel er bijna af klingelde. De winkelier die tot nu toe wat dromerig achter de balie had gestaan, vloog bijna een meter omhoog.

‘Yes! Auto’s!’

Ontembaar rende hij naar de toonbank. Een hels kabaal klonk achter hem. Een stelling met antiek uitziende, blikken postertjes kletterde met een smak op de grond.

Zijn ouders waren ondertussen de winkel in gesneld. De vader zag de blikken ravage al op de grond.

‘Ojee,’ piepte hij er bijna aandoenlijk uit.

De moeder kon alleen maar verontschuldigend lachen.

‘Heb je autoplaatjes?’

Totaal geen notie van wat hij achter zich had aangericht, stond het kereltje, bij de balie, de wit weggetrokken verkoper ongeduldig aan te kijken. Deze negeerde het ventje en liep op zijn beurt bezorgt naar de gevallen stelling.

‘Sorry,’ glimlachte, de vader. ‘Hij had niet in de gaten dat hij zijn rugtas om had.

De lach kwam zo warm en zacht over, dat het bijna de tranen camoufleerde die achter deze ouders schuilde. Ze bedoelden het zo goed. Het compenseerde bijna het roekeloze gedrag van hun te enthousiaste zoontje.

De vader hielp netjes mee de blikken posters opruimen. De winkelier bleef stoïcijns stil. Hij leek wel bijna in shock van wat er zojuist was gebeurd. Papa zag tot zijn schrik dat er enkele prentjes verbogen waren.

‘Oh nee toch, mijnheer, deze zijn verbogen.’

De eerlijkheid was hartbrekend. Zulke lieve ouders als deze waren zeldzaam. Mensen die eerst de schuld bij zichzelf zochten en niet direct bij anderen neerlegden. Een moeder die uit zou zoeken waarom haar zoon geen voldoende had zonder meteen een school aan te klagen. Dat type ouders.

Het jochie vloog ondertussen als een Tasmaanse duivel door de autowinkel. Zijn moeder riep hem nog een paar maal na dat hij moest oppassen. Helaas was het water naar de zee dragen.

Zijn vader voelde de situatie aan en probeerde vlug alles recht te zetten. Ze moesten zo snel mogelijk de winkel uit. De winkelier hoefde gelukkig geen vergoeding. Zo snel als ze kon greep de moeder het tegensputterende kereltje bij zijn arm en duwde hem vlug de zaak uit. De stilte keerde terug. Een gedeukte poster wiebelde nog een beetje na op de toonbank.

Met hun drieën liepen ze verder de straten door. Hun drukke zoontje liep wederom stuiterend voorop. Bijna meer beeldend als dit kun je het niet krijgen. Hoeveel emotie kost het wel niet als je kind een rugzakje heeft? Meer dan een blikken prent.

4 mei 2016