In oktober 2014 is een vragenlijst uitgezet onder het Nationaal Mantelzorgpanel met als onderwerp Kent de gemeente uw verhaal. De respons was 44,6% oftewel 543 respondenten.

Uit de resultaten blijkt het volgende:

  • 85% van de respondenten zorgt voor een naaste met een indicatie voor formele hulp of zorg. In 48% van de situaties gaat het om de functie begeleiding; een taak die per januari overgaat van de AWBZ naar de WMO. Dit geldt ook voor de functie dagbesteding of dagopvang (34%) en kortdurend verblijf (11%).

    Een groot deel van het panel krijgt te maken met transitie van AWBZ zorg naar de WMO en de daaruit voortvloeiende veranderingen in het zorgaanbod van hun naaste. Veranderingen in dit zorgaanbod zijn ook van invloed op de mantelzorger. Ongewijzigd blijft dat gemeenten reeds verantwoordelijk zijn en blijven voor de ondersteuning van mantelzorgers.

  • Van deze groep mantelzorgers die zorgen voor iemand met een indicatie voor formele zorg, geeft 72% aan nog niet door de gemeente te zijn geïnformeerd over de veranderingen. Op de vraag of er een nieuw aanbod van zorg of hulp is gedaan door de gemeente, zegt 77% nog niets te hebben gehoord. In 12% van de gevallen is er reeds een nieuw aanbod van hulp of zorg gedaan door de gemeente en in 11% is er wel contact geweest.

    Ruim driekwart van de mantelzorgers die zorgt voor een naaste met een indicatie van formele zorg die bestaat uit functies die per januari overgaan van AWBZ naar WMO, is nog niet door de gemeente benaderd voor de totstandkoming van een nieuw aanbod van zorg. Slechts 12% weet wat er gaat wijzigingen in het zorgaanbod van hun naaste.

  • Van de respondenten maakt 59% zich vaak tot zeer vaak zorgen over de komende veranderingen in de zorg.

    Mantelzorgers maken zich zorgen over de komende veranderingen. Het uitblijven van informatie hierover vanuit de gemeente en de onduidelijkheid welke invloed de gevolgen hebben op hun naaste én hun eigen leven, vergroten de zorgen.

  • Van de 23% van de mantelzorgers die door de gemeente zijn benaderd om te komen tot een nieuw zorgaanbod, is slechts 1 op de 6 mantelzorgers ook uitgenodigd voor het keukentafelgesprek. De aantallen zijn in deze berekening klein, omdat slechts een klein deel van de respondenten contact heeft gehad met de gemeente. Toch geven ze aanleiding tot zorg bij Mezzo als belangenbehartiger voor mantelzorgers.

    Mezzo vindt dat een goede indicatie, die ruimte biedt voor maatwerkoplossingen, bestaat uit een open dialoog tussen betrokken partijen; te weten de hulpvrager, betrokken mantelzorgers en de gemeente (of vertegenwoordigende partij).

  • Ruim de helft van de mantelzorgers denkt dat de gemeente hen niet in beeld heeft als mantelzorger. Van de groep die denkt dat gemeente (misschien) weet dat zij mantelzorger zijn, zou 61% zijn verhaal graag aan de gemeente willen vertellen.

    Om te komen tot maatwerkoplossingen en mantelzorgers in hun zorgtaken te ondersteunen is het van belang niet alleen de mantelzorger te vinden, maar ook hun verhaal te kennen. Welke mantelzorgtaken nemen zij op zich? In welke mate kunnen zij dit combineren met hun eigen leven? Een ruime meerderheid van de mantelzorgers zou dit graag willen delen met de gemeente opdat zij gesteund en ondersteund hun zorg kunnen volhouden.