Samen met ouders in kangoeroewoning

Elly van Lokhorst woont al 25 jaar met haar ouders. ‘In de boerenwereld is dat heel normaal. Ik ben ook opgegroeid met mijn opa en oma in hetzelfde huis.’ De ouders betaalden een deel van het huis. Daarover zijn afspraken gemaakt.

Kangoeroewoning

‘We woonden eerst bij mijn broer op de boerderij: mijn ouders, mijn man en ik, en onze twee zoons. Toen mijn broer een paar jaar geleden overleed, moesten we de boerderij verkopen. We kochten twee seniorenwoningen. Die hebben we samengevoegd tot kangoeroewoning door tussendeuren te maken op de begane grond en bovenverdieping. We delen veel samen maar hebben als grootouders, ouders en volwassen kinderen wel onze eigen woonruimte en huishouding.’

Vangnet

‘Mijn ouders zijn nu allebei 87 jaar. Het is voor hen belangrijk dat er altijd iemand is, als vangnet. Ook voor onze zoons is dat belangrijk. Zij zijn autistisch. Negen van de tien keer hebben ze dat vangnet niet nodig, maar de tiende keer is het cruciaal. Als ik er niet ben, kunnen ze altijd bij opa en oma terecht. Dat is voor mij belangrijk om het vol te houden.’

Schenking

‘Mijn ouders hebben geld geïnvesteerd in mijn huis. Zo’n bedrag kunnen mijn zes broers en zussen niet krijgen. Mijn ouders hebben het zo gesteld: zolang zij leven ben ik mantelzorgplichtig en daar staat de schenking voor het huis tegenover. We hebben dat bij de notaris vastgelegd; ook voor de belasting is het dan duidelijk. Het klinkt zwaarder dan ik het voel. We deden al veel samen en zo wil ik het ook graag. Maar het helpt me bij het accepteren van de schenking.’

Niet te zwaar

‘Een broer en zus zijn aangewezen om erop te letten dat de zorg voor mij niet te zwaar wordt. Zelf wil je de zorg tot het laatst toe volhouden, ook als het niet meer goed mogelijk is. Mijn ouders vinden het ook belangrijk voor het geval zij mentaal minder goed zouden worden en dat zelf niet beseffen. Dan is het goed dat mijn broer en zus kunnen zeggen: tot hier en niet verder.’

Meekijken naar de financiën

‘Op advies van onze boekhouder kijkt mijn broer vier keer per jaar naar het financiële plaatje van mijn ouders. Ik vind dat een goed idee. Ik kan onbedoeld een fout maken. Het is goed dat een ander dat meteen ziet. Dan krijg je er geen misverstanden over.’

Een zegen

‘Mensen vragen soms of ik niet vind dat we te dicht op elkaar zitten. Maar het is fijn samen, en dat je op elkaar kunt terugvallen. Zo’n nauwe betrokkenheid bij elkaar elke dag: dat is een zegen.’

Verhalen uit de prakijk